Boeddha afbeelden

par

No picture, please!

Het schijnt dat Boeddha zou gevraagd hebben geen afbeeldingen van hem te maken.

Ik kan wel niet precies zeggen in welk deel van de canon dit terug te vinden is.

Hij wou vermijden dat zijn leerlingen, door het maken van beelden, de neiging zouden hebben deze te vereren i.p.v. de beoefening van zijn leer, de Dharma, op hunzelf te betrekken, zelf aan de slag te gaan en zelf de weg naar verlichting af te leggen.

Hoe komt het dan dat wij over zoveel Boeddhabeelden beschikken ?

boeddhas.jpg
Waarom is men Boeddha beginnen afbeelden ?

Een antwoord vind ik misschien wel in de tentoonstelling « Boeddha’s glimlach » die gisteren
openging en waar ik volgende week een bezoek zal brengen. Kwestie van de zaken van naderbij te onderzoeken.

‘t Schijnt dat de Oude Grieken voor iets tussen zitten.

Innerlijke projecties

Ik ga hier de delicate theologische discussie van religieuze- en godsafbeeldingen niet opnieuw voeren. Er is meer dan genoeg inkt (en bloed) over gevloeid.

Alleen treft die kwestie mij enorm aan omdat het de wezen zelf vormt van de kunst van cinema.

In welke mate eigent de mens zich « het recht » een afbeelding te maken? Hoe gebeurt dat? Volgens welke mechanismen? En is het wel een « recht »? Of is het een verworvenheid? Of een afleidingsmanoeuvre? Of een teken van supprematie? Of nog een manier om de innerlijke illusies naar buiten te projecteren?

Ik tast een beetje in het duister. Dat laatste spreekt mij wel enorm aan. De projectie van de innerlijke verbeelding naar buiten: op rotswanden (Lascaux), op boomschorsen, in objecten, op linnen doeken, op papier, bioscoopschermen, televisieschermen, computerschermen…

Tegenwoordig baden we zo in de zogenaamde « beeldcultuur » dat die vragen voor de meesten zinloos en zelfs zinledig lijken.

Tof, het verbod

Ik vind het tof dat alle grote religieuze bewegingen (het Jodendom, het Christendom, de Islam en Boeddha himself) fundamentele vragen gesteld hebben naar de legitimiteit van afbeeldingen. Mag dat zomaar? En wat gebeurt er wanneer het religieus verbod op beelden geschonden wordt? Over welk soort transgressie gaat het dan?

En verder: wat gebeurt er wanneer (andere) mensen een ander soort recht in handen nemen om de bestaande beelden af te keuren, te verwerpen, kapot te slaan, te vernietigen? Voorbeelden genoeg: het iconoclasme in Byzantium in 8e-9e eeuw, de beeldenstorm in de 16e eeuw; maar ook « dichterbij »: de gehele moderne kunst als één groot iconoclasme! En niet te vergeten: de Taliban die in Afghanistan Boeddhabeelden laat exploderen… Het is nogal duidelijk dat die beelden hen de « ogen uitsteken »!

De vraag is niet zo onschuldig. Beelden zijn niet onschuldig.

Men treft hier, naar mijn gevoel, iets dat in het meest primitieve deel van onze hersenen moet liggen en dat te maken heeft met de manier waarop we fundamenteel naar onszelf kijken, de manier waarop we onszelf tegenover de wereld plaatsen, de manier waarop we onszelf plaatsen tegenover iets dat groter is dan onszelf en waarop we geen enkel greep hebben.

Iets: hetgeen waarvoor we de grootste existentiële angst kennen. Als mens.


Commentaires

Laisser un commentaire

Votre adresse e-mail ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *